Natasja Gibbs: ‘Zonder regionale journalistiek wordt ook de macht niet gecontroleerd’

· - leestijd 5 minuten
Natasja Gibbs werkte jaren voor de Wereldomroep op Curaçao
Natasja Gibbs werkte jaren voor de Wereldomroep op Curaçao Foto: Dick Drayer

WILLEMSTAD – Nederland behoort tot de landen met de grootste persvrijheid ter wereld. Toch vindt journalist en presentator Natasja Gibbs dat er reden is voor ongerustheid. Politieke druk, commerciële belangen, sociale media en een gebrek aan diversiteit kunnen volgens haar de journalistiek van binnenuit verzwakken. Voor de Caribische eilanden ziet ze nog een ander probleem: daar is door Nederland structureel te weinig geïnvesteerd in regionale journalistiek.


Het klinkt op het eerste gezicht bijna tegenstrijdig. Nederland staat dit jaar op de tweede plaats van de wereldwijde persvrijheidsindex van Reporters Without Borders, achter Noorwegen. Vorig jaar stond het land nog derde. Internationaal bezien behoort de Nederlandse journalistiek dus tot de sterkste ter wereld.

En toch schreef Gibbs een pamflet met een onheilspellende titel: Waarom een gezonde democratie niet zonder journalisten kan. Het boek verscheen op 18 september bij Meulenhoff, telt 96 pagina’s en is opgebouwd rond zeven pijlers waarmee Gibbs de journalistiek onafhankelijker, diverser en weerbaarder wil maken.

Haar uitgangspunt is niet dat journalisten alleen slachtoffer zijn van aanvallen van buitenaf. Ook de journalistiek zelf moet volgens haar in de spiegel kijken.

Mensen zeggen steeds vaker dat ze kranten niet meer lezen of nieuws niet meer vertrouwen, vertelt Gibbs. Tegelijkertijd klinkt vanuit de politiek stevige kritiek op journalisten. Volgens haar ontstaat daardoor het gevaar dat uit beeld raakt waarvoor journalistiek eigenlijk bestaat.

“Terwijl het wel echt de ruggengraat is van onze democratie”, zegt ze.

Video gemaakt door Sam Jones

De eilanden verdwijnen uit beeld

Voor Curaçao en de andere Caribische eilanden krijgt haar betoog een extra dimensie.

Gibbs werkte zelf jarenlang op Curaçao en begon er in 2011 haar journalistieke loopbaan. Later werkte ze onder meer voor Caribisch Netwerk, FunX, De Nieuws BV en verschillende programma’s op NPO Radio 1.

Die ervaring gebruikt ze om een van haar belangrijkste stellingen te onderbouwen: regionale journalistiek is volgens haar geen luxe, maar een nationale noodzaak.

“De eilanden, de zes eilanden binnen het Koninkrijk, worden genegeerd. Vergeten zelfs, als het gaat om regionale journalistiek en de investering daarin”, zegt Gibbs.

Dat heeft volgens haar directe gevolgen voor de controle op de macht.

“Als jij machthebbers niet controleert in de regio, dan kun je ook die vragen natuurlijk niet stellen in Den Haag.”

Vooral op Bonaire, Saba en Sint Eustatius speelt dat volgens haar omdat besluiten die de inwoners raken voor een belangrijk deel binnen Nederlandse politieke en bestuurlijke structuren worden genomen. Zonder journalisten die op de eilanden zelf zien wat er gebeurt, ontbreekt volgens Gibbs de informatie waarmee landelijke media en politici vervolgens ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Armoede op Bonaire noemt ze als voorbeeld. Problemen kunnen volgens haar pas in Den Haag op de politieke agenda terechtkomen wanneer journalisten ze lokaal signaleren en zichtbaar maken.

Het gaat daarbij niet alleen om de hoeveelheid berichtgeving, maar ook om wie het nieuws maakt.

Gibbs stelt dat journalisten uit het Caribische deel van het Koninkrijk bij Nederlandse media nog te vaak als ondersteuner of lokale bron worden ingezet, terwijl verslaggevers uit Nederland de hoofdrol krijgen. Volgens haar wordt daarbij soms verondersteld dat lokale journalisten vanwege hun banden met de samenleving minder neutraal zouden kunnen opereren. Gibbs verwerpt die redenering.

Daarmee raakt ze aan een van de zeven pijlers uit haar boek: volgens Gibbs is volledige neutraliteit een illusie. Dat betekent voor haar niet dat journalisten partij moeten kiezen. Haar redenering is dat iedere redactie voortdurend keuzes maakt: welk onderwerp wel wordt onderzocht, wie aan het woord komt en welk verhaal geen ruimte krijgt.

Niet alleen de politiek

Het zou eenvoudig zijn om de bedreiging van de journalistiek uitsluitend bij politici te leggen. Gibbs doet dat nadrukkelijk niet.

Ze noemt wel politici die journalisten publiekelijk aanvallen of de noodzaak van publieke media ter discussie stellen. Maar minstens zo belangrijk vindt ze de druk binnen mediabedrijven zelf: kijkcijfers, bezuinigingen, managementlagen en de vraag welke onderwerpen voldoende publiek trekken.

Ook technologiebedrijven zijn onderdeel van haar analyse. Steeds meer nieuws bereikt het publiek via algoritmes van platforms waar redacties nauwelijks zeggenschap over hebben. Journalisten hebben volgens Gibbs bovendien zelf macht uit handen gegeven door sociale media steeds vaker als primaire nieuwsbron te gebruiken.

Waarom zou een politicus nog een interview geven wanneer een redactie zijn bericht op sociale media toch wel citeert, is haar redenering.

Onderzoeksjournalistiek is daarbij extra kwetsbaar, zegt ze. Onderzoek kost geld, menskracht en vooral tijd. Juist dat soort journalistiek is volgens Gibbs nodig om macht te controleren, terwijl het bij financiële druk gemakkelijk in de knel komt.

De zeven uitgangspunten in haar boek lopen daarom uiteen van meer diversiteit op redacties tot minder nadruk op wat goed scoort en meer aandacht voor wat maatschappelijk relevant is. Ook stelt Gibbs dat journalistiek het publiek moet dienen in plaats van het mediasysteem en dat zij zich niet door politieke of commerciële belangen moet laten censureren.

Bedreigingen

Voor Gibbs is die discussie niet theoretisch.

Ze vertelt dat ze zelf bedreigingen kreeg nadat ze in haar journalistieke werk kritische vragen stelde over de behandeling van Palestijnen door Israël. Ook haar berichtgeving en optredens over het Nederlandse slavernijverleden leverden racistische reacties op.

Natasja Gibbs op Curaçao in WOW! Caribbean Nature Uncovered

Nadat ze in een talkshow over de manier waarop naar de Nederlandse Gouden Eeuw wordt gekeken had gesproken, kreeg ze volgens eigen zeggen reacties in de trant van: “zet haar maar weer op die boot terug.”

Die ervaringen zijn voor haar onderdeel van een bredere ontwikkeling waarin journalisten sneller persoonlijk onderwerp van discussie worden zodra hun vragen of onderwerpen weerstand oproepen.

Gibbs trekt daar echter niet de conclusie uit dat journalistiek zichzelf alleen maar moet verdedigen. Integendeel. Een deel van het wantrouwen heeft de sector volgens haar zelf veroorzaakt, onder meer door groepen langdurig niet of eenzijdig te vertegenwoordigen.

Dat geldt volgens haar ook voor de Caribische eilanden. Wanneer Nederlandse media vooral verschijnen wanneer er een politiek conflict, corruptiezaak of ramp speelt, maar nauwelijks investeren in voortdurende aanwezigheid, ontstaat geen duurzame relatie met het publiek.

“Als je jarenlang bepaalde groepen negeert, dan moet je niet verbaasd zijn dat ze afhaken”, zegt Gibbs daarover in een interview met OneWorld.

‘Urgent’

Oud-correspondent Kees Broere herkent de waarschuwing. Hij werkte ongeveer veertig jaar voornamelijk in de buitenlandjournalistiek en noemt het pamflet van Gibbs “urgent”.

Broere zegt een journalistieke wereld te hebben meegemaakt waarin hij zich vrij en gerespecteerd voelde en waarin voor het publiek duidelijker was dat een correspondent onafhankelijk zijn werk deed. Volgens hem is dat klimaat in korte tijd veranderd.

Kees Broere was journalist voor de Volkskrant op Curaçao (Foto: Dick Drayer)

Daarom ziet hij Gibbs’ pamflet vooral als waarschuwing om niet te wachten totdat onafhankelijke journalistiek daadwerkelijk verloren gaat.

“We verliezen niet alleen journalistiek”, zegt Broere. Met het verlies van onafhankelijke journalistiek komen volgens hem uiteindelijk ook democratische rechtsstaat en publieke controle onder druk te staan.

Nederland staat ondertussen dus nog altijd zeer hoog op internationale ranglijsten voor persvrijheid. Op de RSF-index steeg het land dit jaar zelfs van plaats drie naar plaats twee. Tegelijkertijd constateert RSF wereldwijd een verslechtering: de gemiddelde score voor persvrijheid is volgens de organisatie in 25 jaar niet zo laag geweest.

Precies in dat verschil zit de kern van Gibbs’ waarschuwing. Persvrijheid gaat niet pas verloren wanneer een regering kranten sluit of journalisten arresteert. Volgens haar begint aantasting eerder: wanneer redacties bepaalde delen van de samenleving niet meer bereiken, onderzoeksjournalistiek te duur wordt gevonden, algoritmes bepalen welk nieuws zichtbaar is of journalisten hun vragen aanpassen uit angst toegang tot machthebbers te verliezen.

Voor de Caribische eilanden begint de oplossing volgens Gibbs daarom heel concreet: zorg dat er journalisten zijn die er permanent werken, de samenleving kennen en voldoende middelen krijgen om de macht te controleren.

Want zonder informatie uit Willemstad, Kralendijk of Oranjestad valt er uiteindelijk ook in Den Haag weinig te controleren.


81 keer gelezen

Deel dit artikel: